© Nationaal Archief, Den Haag
Grondwetsherziening 1848 door
Erfgoed

Grondwetsherziening 1848

In één nacht van conservatief tot liberaal

In 1848 kiest de conservatieve koning Willem II toch voor een verregaande herziening van de grondwet uit 1840, terwijl hij het voorstel eerst met afschuw had afgewezen. Hiermee werd hij ‘in één nacht van conservatief tot liberaal’ en was de basis gelegd voor onze parlementaire democratie. 

In 1844 dienen negen leden van de Tweede Kamer, onder leiding van Johan Thorbecke, het Voorstel der Negenmannen in, een uitgebreid en ingrijpend voorstel tot herziening van de Grondwet. Ze pleiten voor het invoeren van rechtstreekse verkiezingen en ministeriele verantwoordelijkheid, zodat de verantwoordelijkheid voor de regering niet langer meer bij de koning ligt. De Kamer wil het voorstel echter niet in behandeling nemen. De leden vinden dat een wijziging van de grondwet alleen van de koning kan komen. Koning Willem II weigert resoluut.


Het jaar 1848 brengt verandering in deze starre houding. Er heerst een sfeer van revolutie in Europa en de macht van de koningshuizen is niet langer vanzelfsprekend. In Frankrijk is de koning al afgetreden en de republiek uitgeroepen en ook in verschillende Duitse hoofdsteden komen revolutionaire bewegingen op gang. Om te voorkomen dat de revolutie overslaat naar Nederland, trommelt koning Willem II zijn ministers en de voorzitter van de Tweede Kamer op en verklaart zich bereid om in te stemmen met de herziening van de Grondwet. Hij stelt zelfs Thorbecke en enkele andere liberalen aan om een ontwerp van de grondwet voor te dragen. Het ontwerp heeft veel overeenkomsten met dat van de Negenmannen uit 1844. Op 3 november 1848 treedt deze nieuwe grondwet in werking. De koninklijke macht wordt daarmee beperkt en Nederland ontpopt zich tot een parlementaire democratie. 

De grondwetsherziening zorgt voor belangrijke veranderingen. Er komen rechtstreekse verkiezingen van de Tweede Kamer, Provinciale Staten en de gemeenteraden, en de ministeriële verantwoordelijkheid wordt ingevoerd. Daarnaast wordt de Eerste Kamer vanaf dat moment indirect gekozen en worden alle vergaderingen openbaar. De Tweede Kamer krijgt het recht van amendement, interpellatie en enquête. Ook kent de grondwetsherziening een aantal nieuwe grondrechten: vrijheid van onderwijs, vrijheid van vereniging en vergadering, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van drukpers en vrijheid van godsdienst.