© Beeldstudio, Koninklijke Bibliotheek
Het Wilhelmus door
Erfgoed

Het Wilhelmus

Geuzenlied in vijftien coupletten

Het Wilhelmus is volgens sommige bronnen het oudste volkslied ter wereld. Het ontstond aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog (rond 1570), toen de Lage Landen in opstand kwamen tegen de Spaanse koning. Toch is het pas sinds 1932 het officiële volkslied van Nederland. Door wie het lied werd geschreven blijft tot op de dag van vandaag een raadsel.

Het lied gaat over Willem van Oranje, onze vader des vaderlands, de leider van de opstand tegen Spanje. Het is een propagandalied, geschreven in de ik-vorm, dat verschillende boodschappen van Willem van Oranje overbrengt. Zo betuigt hij zijn trouw aan God en verklaart dat hij vecht uit diens naam, hij troost de ‘arme schapen’ die hij in zijn oorlog betrekt en hij betreurt zijn broer Adolf die gesneuveld is tijdens een veldslag. 


Het Wilhelmus bestaat uit maar liefst vijftien coupletten. Vaak wordt alleen het eerste couplet gezongen, soms gevolgd door het zesde. De eerste letters van elk couplet vormen Willems naam: WILLEM VAN NASSOV. Het lied is geschreven op de melodie van het populaire Franse marslied ‘Chartres’, maar wordt tegenwoordig gezongen op de wijs die in 1626 in Valerius’ Gedenck-klanck’ is opgetekend. 

Wie de auteur is van het lied, is nog steeds niet officieel vastgesteld. Lang werd gedacht dat Filips van Marnix van Sint-Aldegonde (1540-1598), een belangrijke raadgever van Willem van Oranje, het geschreven had. Ook de filosoof en publicist Dirck Volckertsz Coornhert (1522-1590) wordt als auteur genoemd. Recent onderzoek wijst op de psalmberijmer Petrus Dathenus (1531-1588). 

Het Wilhelmus was een van de liederen die gezongen werd door de Geuzen, zoals de opstandelingen tegen de Spaanse koning werden genoemd. Het werd dan ook vaak in de zogenaamde Geuzenliedboekjes opgenomen, waarvan meerdere edities zijn verschenen. In de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag wordt een van de vroegste gedrukte Geuzenliedboekjes (uit 1581) bewaard met daarin alle 15 coupletten van het Wilhelmus.